NL/Prabhupada 0963 - Alleen een toegewijde van Krishna die nauw met Hem verbonden is kan de BG begrijpen

From Vanipedia
Jump to: navigation, search

Alleen een toegewijde van Krishna die nauw met Hem verbonden is kan de BG begrijpen
- Prabhupāda 0963


720000 - Lecture BG Introduction - Los Angeles

Dus we hebben deze introductie van de Bhagavad-gītā gegeven, dat men de Bhagavad-gītā zoals ze is moet begrijpen zoals is aangegeven in de Bhagavad-gītā. Er zijn aanwijzingen hoe je de Bhagavad-gītā moet lezen. Mensen lezen de Bhagavad-gītā zonder de aanwijzingen te volgen. Dit hebben we uitgelegd op de manier dat als je medicijnen neemt, dan zijn er aanwijzingen op de fles, wat de dosis is. Je neemt zo veel druppels zo vaak. Dat is de aanwijzing. Ook voor het eigenlijke begrijpen van de Bhagavad-gītā, moet je de aanwijzingen volgen, zoals gegeven door de auteur Zelf, Kṛṣṇa. Hij zegt dat, lang lang geleden, zo'n veertig miljoen jaar geleden, Hij eerst deze Bhagavad-gītā vertelde aan de zonnegod. En de zonnegod gaf de kennis door aan zijn zoon, Manu. En Manu gaf de kennis door aan zijn zoon, Iksvaku.

imaṁ vivasvate yogaṁ
proktavān aham avyayam
vivasvān manave prāha
manur ikṣvākave 'bravīt
(BG 4.1)

Dus, de raja-rsis, die zijn allemaal koningen. Manu is koning, Maharaja Iskvaku is ook koning, en de zonnegod Vivasvan is ook koning. Hij is de koning van de zonne planeet. En zijn kleinzoon, Maharaja Iskvaku, werd de koning van deze planeet. En in deze dynastie, die bekend staat als Raghu-vamsa, verscheen Heer Ramachandra. Het is een zeer oude koninklijke familie. Iskvaku vamsa, Raghu vamsa. Vamsa betekent familie. Dus voorheen, de koningen, het hoofd van het uitvoerend bestuur, zij leerden de stelling of de voorschriften gegeven door God. Dus volgens de Bhagavad-gītā, alleen een toegewijde van Kṛṣṇa, een persoon die nauw verbonden is met Kṛṣṇa, kan begrijpen wat de Bhagavad-gītā is. Kṛṣṇa ... Arjuna, na het horen van de Bhagavad-gītā van Kṛṣṇa, sprak tot Hem als:

paraṁ brahma paraṁ dhāma
pavitraṁ paramaṁ bhavān
puruṣaṁ śāśvataṁ divyam
ādi-devam ajaṁ vibhum
(BG 10.12)

Hij begreep Kṛṣṇa als Parambrahman. Parambrahman betekent: de hoogste waarheid. Absolute Waarheid, Parambrahman. Brahman, de levende wezens, die worden ook brahman genoemd, maar levende wezens zijn niet Parambrahman. Parambrahman betekent Supreme. Dus Arjuna sprak hem aan met Parambrahman en Paramdhāman. Paramdhāman betekent de plaats waar alles op steunt. Alles steunt op de energie van de Allerhoogste Heer. Daarom wordt hij Paramdhāman genoemd. Net als al deze planeten steunen op de zonneschijn. Zonneschijn is de energie van de zonnebol. Evenzo deze materiële energie is Kṛṣṇa's energie. En alles is, materieel of spiritueel, alles rust op de energie van Kṛṣṇa. De rustplaats is Kṛṣṇa energie. Op een andere plaats, zegt Kṛṣṇa:

mayā tatam idaṁ sarvaṁ
jagad avyakta-mūrtinā
mat-sthāni sarva-bhūtāni
na cāhaṁ teṣv avasthitaḥ
(BG 9.4)

Kṛṣṇa zegt dat, "In mijn onpersoonlijke aspect, ben ik overal verspreid." Alles doordringend. God is alles doordringende door zijn onpersoonlijke aspect, namelijk zijn energie. Het voorbeeld is: net als hitte is de energie van vuur. Het vuur verspreidt zich door zijn hitte en licht. Het vuur is één plaats, maar de hitte en het licht verspreidt zich. Vergelijkbaar, Kṛṣṇa is in zijn eigen woonplaats, die Goloka Vrndavana heet. Er is een planeet in de spirituele wereld, de hoogste planeet.