NL/Prabhupada 0874 - Iedereen die verheven is tot het spirituele niveau is prasannātmā. Hij is vrolijk: Difference between revisions

 
(Vanibot #0005: NavigationArranger - update old navigation bars (prev/next) to reflect new neighboring items)
 
Line 8: Line 8:
[[Category:Dutch Language]]
[[Category:Dutch Language]]
<!-- END CATEGORY LIST -->
<!-- END CATEGORY LIST -->
<!-- BEGIN NAVIGATION BAR -- DO NOT EDIT OR REMOVE -->
{{1080 videos navigation - All Languages|Dutch|NL/Prabhupada 0873 - Bhakti betekent dat we onszelf moeten ontdoen van de aanduidingen|0873|NL/Prabhupada 0875 - Chant je eigen naam van God. Wat is het bezwaar? Maar chant de heilige naam van God|0875}}
<!-- END NAVIGATION BAR -->
<!-- BEGIN ORIGINAL VANIQUOTES PAGE LINK-->
<!-- BEGIN ORIGINAL VANIQUOTES PAGE LINK-->
<div class="center">
<div class="center">
Line 16: Line 19:


<!-- BEGIN VIDEO LINK -->
<!-- BEGIN VIDEO LINK -->
{{youtube_right|2RfTtRwh8AY|Iedereen die is verheven tot het spirituele niveau, hij is prasannâtmâ. Hij is vrolijk<br />- Prabhupāda 0874}}
{{youtube_right|2RfTtRwh8AY|Iedereen die verheven is tot het spirituele niveau is prasannātmā. Hij is vrolijk <br />- Prabhupāda 0874}}
<!-- END VIDEO LINK -->
<!-- END VIDEO LINK -->


<!-- BEGIN AUDIO LINK -->
<!-- BEGIN AUDIO LINK -->
<mp3player>File:750519SB-MELBOURNE_clip5.mp3</mp3player>
<mp3player>https://s3.amazonaws.com/vanipedia/clip/750519SB-MELBOURNE_clip5.mp3</mp3player>
<!-- END AUDIO LINK -->
<!-- END AUDIO LINK -->


Line 28: Line 31:


<!-- BEGIN TRANSLATED TEXT -->
<!-- BEGIN TRANSLATED TEXT -->
Dus vidyā-vinaya, een gentleman, zeer geleerd, vidyā-vinaya-sampanne brāhmaṇe gavi, en een koe, en hasti, een olifant, vidyā-vinaya-sampanne brāhmaṇe gavi hastini en śuni - śuni betekent hond - en śvapāk... Śvapāk betekent een hond-eter. Er zijn veel mensen, ze eten liever verschillende soorten vlees. Maar wie honden vlees eet wordt beschouwd als zeer lagere klasse. Dus śuni caiva śva-pāke ca paṇḍitāḥ sama-darśinaḥ ([[Vanisource:BG 5.18|BG 5.18]]). Iemand die paṇḍita is, geleerd, hij ziet een iegelijk, hen, op hetzelfde niveau. Wat is dat voor hetzelfde niveau? Ziel. Hij ziet niet het uiterlijke lichaam. Dat heet brahma-darśina. Paṇḍitāḥ sama-darśinaḥ. En als men zich in die positie bevindt,
Dus ''vidyā-vinaya'', een 'gentleman', hoog geleerde, ''vidyā-vinaya-sampanne brāhmaṇe gavi'' ([[NL/BG 5.18|BG 5.18]]), en een koe, en ''hasti'', een olifant, ''vidyā-vinaya-sampanne brāhmaṇe gavi hastini en śuni'', ''śuni'' betekent hond, en ''śvapāk'', ''śvapāk'' betekent een honden-eter. Er zijn veel mensen die liever verschillende soorten vlees eten. Maar iemand die hondenvlees eet wordt beschouwd als hele lage klasse. Dus ''śuni caiva śva-pāke ca paṇḍitāḥ sama-darśinaḥ'' ([[NL/BG 5.18|BG 5.18]]). Iemand die een ''paṇḍita'' is, geleerd, die ziet ieder van hun op hetzelfde niveau. Wat is datzelfde niveau? De spirituele ziel. Hij ziet niet het uiterlijke lichaam. Dat heet ''brahma-darśina''. ''Paṇḍitāḥ sama-darśinaḥ'' ([[NL/BG 5.18|BG 5.18]]). En als iemand op die positie komt;


<div class="quote_verse">
:''brahma-bhūtaḥ prasannātmā''
:brahma-bhūtaḥ prasannātmā
:''na śocati na kāṅkṣati''
:na śocati na kāṅkṣati
:''samaḥ sarveṣu bhūteṣu''
:samaḥ sarveṣu bhūteṣu
:''mad-bhaktiṁ labhate parām''
:mad-bhaktiṁ labhate parām
:([[NL/BG 18.54|BG 18.54]])
:([[Vanisource:BG 18.54|BG 18.54]])
</div>


Wanneer men zelf gerealiseerd is dat hij niet dit lichaam is, Hij is de ziel, brahma-bhūtaḥ, wat zijn de symptomen dan? Nu, prasannātmā: hij wordt meteen erg vrolijk.  
Wanneer iemand zelf-gerealiseerd is, dat hij niet dit lichaam is, dat hij de spirituele ziel is, ''brahma-bhūtaḥ'', wat zijn dan de symptomen? Nu, ''prasannātmā'', hij wordt meteen heel vrolijk. Zolang we materieel geboeid zijn met de lichamelijke levensopvatting zal er altijd bezorgdheid zijn. Dit is de test. Iedereen die bezorgd is, dat betekent dat hij materieel gesitueerd is. En wie verheven is tot het spirituele platform, die is ''prasannātmā''. Hij is vrolijk.  


Zo lang zijn we wezenlijk verdiept zijn, lichamelijk begrip van het leven, zal er altijd angst zijn. Dit is de test. Iedereen die in angst leeft, betekent dat hij materieel gesitueerd is. En wie is verheven tot het spirituele platform, hij is prasannātmā. Hij is vrolijk. Wat is de betekenis van prasannātmā? Na śocati na kāṅkṣati: hij wil niets, en als alles wat hij heeft verloren is gegaan, zal hij er niet voor huilen. Dat is alles. Hier in de materiële wereld zijn we aan het hunkeren naar iets wat we niet bezitten. En als we iets bezitten, als het verloren is gegaan, dan huilen we. Twee zaken: śocana en ākāṅkṣa. Iedereen probeert een heel groot man te worden. Dat heet ākāṅkṣa. En als hij zijn bezit verliest, dan huilt hij. Dus deze twee dingen zullen worden beeindigd als je geestelijk gelegen raakt.  
Wat is de betekenis van ''prasannātmā''? ([[NL/BG 18.54|BG 18.54]]) ''Na śocati na kāṅkṣati''; Hij verlangt nergens naar en als iets dat hij had verloren is gegaan dan zal hij er niet om huilen. Dat is alles. Hier in de materiële wereld verlangen we naar iets dat we niet bezitten. En als iets dat we bezitten verloren is gegaan dan huilen we. Twee zaken;  ''śocana'' en ''ākāṅkṣa''. Iedereen probeert een heel groot man te worden. Dat heet ''ākāṅkṣa''. En als hij zijn bezit verliest dan huilt hij. Dus deze twee dingen zullen over zijn als je spiritueel gesitueerd raakt. ''brahma-bhūtaḥ prasannātmā na śocati na kāṅkṣati samaḥ sarveṣu bhūteṣu'' ... ([[NL/BG 18.54|BG 18.54]]) Tenzij iemand spiritueel gerealiseerd is kan hij niet iedereen als gelijk zien. Dan, ''samaḥ sarveṣu bhūteṣu mad-bhaktiṁ labhate parām'' ([[NL/BG 18.54|BG 18.54]]). Dan kan iemand een echte toegewijde van de Heer worden, na het overstijgen van het ''brahma-bhūtaḥ'' niveau.  


<div class="quote_verse">
Dus deze bhakti richting is niet zo gemakkelijk. Maar door de genade van Caitanya Mahāprabhu hebben we de Beeldgedaante hier in jullie land geïnstalleerd. Jullie hebben veel geluk dat Caitanya Mahāprabhu naar jullie land is gekomen om jullie te leren hoe je vrij wordt van alle zorgen. Dit is Caitanya Mahāprabhu's missie. Iedereen is vol zorgen maar iedereen kan vrij zijn van alle zorgen als hij het pad volgt dat is uitgestippeld door Śrī Caitanya Mahāprabhu. En wat is de instructie van Śrī Caitanya Mahāprabhu? Erg makkelijk.  
:brahma-bhūtaḥ prasannātmā
:na śocati na kāṅkṣati
:samaḥ sarveṣu bhūteṣu...
:([[Vanisource:BG 18.54|BG 18.54]])
</div>


Tenzij iemand geestelijk is gerealiseerd, kan hij niet iedereen als gelijke zien. Dan, samaḥ sarveṣu bhūteṣu mad-bhaktiṁ labhate parām. Dan kan men een echte toegewijde van de Heer worden, na het passeren van de brahma-bhūtaḥ fase.
:''harer nāma harer nāma harer nāma eva kevalam''
 
:''kalau nāsty eva nāsty eva nāsty eva gatir anyathā''
Dus deze bhakti richting is niet zo gemakkelijk. Maar door de genade van Chaitanya Mahāprabhu hebben we de godheid hier in uw land geïnstalleerd. Jullie hebben veel geluk dat Chaitanya Mahāprabhu naar jullie land is gekomen om je te leren hoe je vrij wordt van alle angsten. Dit is Chaitanya Mahāprabhu's missie. Iedereen is vol van angst, maar iedereen kan vrij zijn van alle angsten, als hij de weg volgt die uitgestippeld is door Śrī Caitanya Mahāprabhu. En wat is Śrī Chaitanya Mahāprabhu's onderricht? Erg makkelijk.  
:([[Vanisource:CC Adi 17.21|CC Adi 17.21]])


<div class="quote_verse">
Dit is geen persoonlijke versie van Caitanya Mahāprabhu. Dit staat in de Vedische geschriften, Bṛhan-Nāradīya-Purāṇa. Deze instructie staat daar. Omdat de mensen gevallen zijn in deze tijd wordt ook de methode heel eenvoudig aangeboden. Ze kunnen geen zware of strenge soberheid volgen. Het is niet mogelijk. Ze worden aangeraden om alleen de heilige naam van God te chanten. Dat is alles. Iedereen kan het doen. Het is helemaal niet moeilijk.  
:harer nāma harer nāma harer nāma eva kevalam
:kalau nāsty eva nāsty eva nāsty eva gatir anyathā
:([[Vanisource:CC Adi 17.21|CC Adi 17.21]])
</div>


Dit is geen persoonlijke versie van Chaitanya Mahāprabhu. Dit is in de geschriften, Vedische geschriften, Bṛhan-Nāradīya-Purāṇa. Deze instructie is er. Zoals mensen zijn gevallen in deze tijd, ook de methode is zeer eenvoudig aangeboden. Ze kunnen geen sterke of zware boetedoeningen volgen. Het is niet mogelijk. Ze worden eenvoudig aangeraden om de heilige naam van God te zingen of te chanten. Dat is alles. Iedereen kan het doen. Het is helemaal niet moeilijk. Dan als je zegt dat "Je bent uit India. Uw Caitanya is Indier en Hij beveelt Hare Kṛṣṇa aan. Waarom zal ik zingen of chanten? Ik heb mijn eigen God." Oké, als je je eigen God hebt, dan chant of zing je Zijn naam. Chaitanya Mahāprabhu zegt niet dat je de naam van Kṛṣṇa moet zingen of chanten. Als je een relatie met God hebt, en als je zijn naam en adres weet, (gelach) dan chant je Zijn naam. Helaas, je weet niet wie God is; noch weet je Zijn adres, noch Zijn activiteiten. Dus neem dit Kṛṣṇa. Hier is een solide naam. En wij geven u Zijn adres, de naam van Zijn vader, de naam van Zijn moeder, alles. Dus als je je eigen Gods naam hebt, Chaitanya Mahāprabhu zei dat je het kunt zingen of chanten. Heeft u een naam, wie dan ook, Gods naam? Niemand weet het?  
Als je dan zegt dat: "U bent uit India. Uw Caitanya is Indiaas en Hij adviseert Hare Kṛṣṇa. Waarom zou ik dat chanten? Ik heb mijn eigen God." Oké, als je je eigen God hebt dan chant je Zijn naam. Caitanya Mahāprabhu zegt niet dat je alleen de naam van Kṛṣṇa moet chanten. Als je een relatie met God hebt en als je Zijn naam en adres weet dan chant je Zijn naam. Helaas weet je niet wie God is, noch weet je Zijn adres, noch Zijn activiteiten. Dus neem Kṛṣṇa. Hier is een degelijke naam. En we geven je Zijn adres, de naam van Zijn vader, de naam van Zijn moeder, alles. Dus als je de naam van je eigen God hebt, Caitanya Mahāprabhu zei dat je die kan chanten. Weet iemand een naam van God? Niemand weet het?  


Toegewijde: Jehovah.
Toegewijde: Jehovah.


Prabhupāda: Jehovah. Oké, dan zing of chant je Jehovah. Dus dat is de aanbeveling van Chaitanya Mahāprabhu, dat als je denkt dat dit Gods naam is, dan zing of chant je dat. Nāmnām akāri bahudhā nija-sarva-śaktiḥ tatrārpitā niyamitaḥ smaraṇe na kālaḥ ([[Vanisource:CC Antya 20.16|CC Antya 20.16, Śikṣāṣṭaka 2]]). Dit is Chaitanya Mahāprabhu's instructie, dat de naam, de heilige naam van God zo goed is als God Zelf.
Prabhupāda: Jehovah. Oké, dan chant je Jehovah. Dus dat is het advies van Caitanya Mahāprabhu, dat als je denkt dat dit Gods naam is dan chant je die. ''Nāmnām akāri bahudhā nija-sarva-śaktiḥ tatrārpitā niyamitaḥ smaraṇe na kālaḥ'' ([[Vanisource:CC Antya 20.16|CC Antya 20.16, Śikṣāṣṭaka 2]]). Het is de instructie van Caitanya Mahāprabhu dat de heilige naam van God net zo goed is als God Zelf.  
<!-- END TRANSLATED TEXT -->
<!-- END TRANSLATED TEXT -->

Latest revision as of 07:05, 22 August 2021



750519 - Lecture SB - Melbourne

Dus vidyā-vinaya, een 'gentleman', hoog geleerde, vidyā-vinaya-sampanne brāhmaṇe gavi (BG 5.18), en een koe, en hasti, een olifant, vidyā-vinaya-sampanne brāhmaṇe gavi hastini en śuni, śuni betekent hond, en śvapāk, śvapāk betekent een honden-eter. Er zijn veel mensen die liever verschillende soorten vlees eten. Maar iemand die hondenvlees eet wordt beschouwd als hele lage klasse. Dus śuni caiva śva-pāke ca paṇḍitāḥ sama-darśinaḥ (BG 5.18). Iemand die een paṇḍita is, geleerd, die ziet ieder van hun op hetzelfde niveau. Wat is datzelfde niveau? De spirituele ziel. Hij ziet niet het uiterlijke lichaam. Dat heet brahma-darśina. Paṇḍitāḥ sama-darśinaḥ (BG 5.18). En als iemand op die positie komt;

brahma-bhūtaḥ prasannātmā
na śocati na kāṅkṣati
samaḥ sarveṣu bhūteṣu
mad-bhaktiṁ labhate parām
(BG 18.54)

Wanneer iemand zelf-gerealiseerd is, dat hij niet dit lichaam is, dat hij de spirituele ziel is, brahma-bhūtaḥ, wat zijn dan de symptomen? Nu, prasannātmā, hij wordt meteen heel vrolijk. Zolang we materieel geboeid zijn met de lichamelijke levensopvatting zal er altijd bezorgdheid zijn. Dit is de test. Iedereen die bezorgd is, dat betekent dat hij materieel gesitueerd is. En wie verheven is tot het spirituele platform, die is prasannātmā. Hij is vrolijk.

Wat is de betekenis van prasannātmā? (BG 18.54) Na śocati na kāṅkṣati; Hij verlangt nergens naar en als iets dat hij had verloren is gegaan dan zal hij er niet om huilen. Dat is alles. Hier in de materiële wereld verlangen we naar iets dat we niet bezitten. En als iets dat we bezitten verloren is gegaan dan huilen we. Twee zaken; śocana en ākāṅkṣa. Iedereen probeert een heel groot man te worden. Dat heet ākāṅkṣa. En als hij zijn bezit verliest dan huilt hij. Dus deze twee dingen zullen over zijn als je spiritueel gesitueerd raakt. brahma-bhūtaḥ prasannātmā na śocati na kāṅkṣati samaḥ sarveṣu bhūteṣu ... (BG 18.54) Tenzij iemand spiritueel gerealiseerd is kan hij niet iedereen als gelijk zien. Dan, samaḥ sarveṣu bhūteṣu mad-bhaktiṁ labhate parām (BG 18.54). Dan kan iemand een echte toegewijde van de Heer worden, na het overstijgen van het brahma-bhūtaḥ niveau.

Dus deze bhakti richting is niet zo gemakkelijk. Maar door de genade van Caitanya Mahāprabhu hebben we de Beeldgedaante hier in jullie land geïnstalleerd. Jullie hebben veel geluk dat Caitanya Mahāprabhu naar jullie land is gekomen om jullie te leren hoe je vrij wordt van alle zorgen. Dit is Caitanya Mahāprabhu's missie. Iedereen is vol zorgen maar iedereen kan vrij zijn van alle zorgen als hij het pad volgt dat is uitgestippeld door Śrī Caitanya Mahāprabhu. En wat is de instructie van Śrī Caitanya Mahāprabhu? Erg makkelijk.

harer nāma harer nāma harer nāma eva kevalam
kalau nāsty eva nāsty eva nāsty eva gatir anyathā
(CC Adi 17.21)

Dit is geen persoonlijke versie van Caitanya Mahāprabhu. Dit staat in de Vedische geschriften, Bṛhan-Nāradīya-Purāṇa. Deze instructie staat daar. Omdat de mensen gevallen zijn in deze tijd wordt ook de methode heel eenvoudig aangeboden. Ze kunnen geen zware of strenge soberheid volgen. Het is niet mogelijk. Ze worden aangeraden om alleen de heilige naam van God te chanten. Dat is alles. Iedereen kan het doen. Het is helemaal niet moeilijk.

Als je dan zegt dat: "U bent uit India. Uw Caitanya is Indiaas en Hij adviseert Hare Kṛṣṇa. Waarom zou ik dat chanten? Ik heb mijn eigen God." Oké, als je je eigen God hebt dan chant je Zijn naam. Caitanya Mahāprabhu zegt niet dat je alleen de naam van Kṛṣṇa moet chanten. Als je een relatie met God hebt en als je Zijn naam en adres weet dan chant je Zijn naam. Helaas weet je niet wie God is, noch weet je Zijn adres, noch Zijn activiteiten. Dus neem Kṛṣṇa. Hier is een degelijke naam. En we geven je Zijn adres, de naam van Zijn vader, de naam van Zijn moeder, alles. Dus als je de naam van je eigen God hebt, Caitanya Mahāprabhu zei dat je die kan chanten. Weet iemand een naam van God? Niemand weet het?

Toegewijde: Jehovah.

Prabhupāda: Jehovah. Oké, dan chant je Jehovah. Dus dat is het advies van Caitanya Mahāprabhu, dat als je denkt dat dit Gods naam is dan chant je die. Nāmnām akāri bahudhā nija-sarva-śaktiḥ tatrārpitā niyamitaḥ smaraṇe na kālaḥ (CC Antya 20.16, Śikṣāṣṭaka 2). Het is de instructie van Caitanya Mahāprabhu dat de heilige naam van God net zo goed is als God Zelf.