NL/BG 12.15: Difference between revisions

(Bhagavad-gita Compile Form edit)
 
(Vanibot #0019: LinkReviser - Revised links and redirected them to the de facto address when redirect exists)
 
Line 2: Line 2:
<div style="float:left">'''[[Dutch - Bhagavad-gītā zoals ze is|Bhagavad-gītā zoals ze is]] - [[NL/BG 12| Hoofdstuk 12: Devotionele dienst]]'''</div>
<div style="float:left">'''[[Dutch - Bhagavad-gītā zoals ze is|Bhagavad-gītā zoals ze is]] - [[NL/BG 12| Hoofdstuk 12: Devotionele dienst]]'''</div>
<div style="float:right">[[File:Go-previous.png|link=NL/BG 12.13-14| BG 12.13-14]] '''[[NL/BG 12.13-14|BG 12.13-14]] - [[NL/BG 12.16|BG 12.16]]''' [[File:Go-next.png|link=NL/BG 12.16| BG 12.16]]</div>
<div style="float:right">[[File:Go-previous.png|link=NL/BG 12.13-14| BG 12.13-14]] '''[[NL/BG 12.13-14|BG 12.13-14]] - [[NL/BG 12.16|BG 12.16]]''' [[File:Go-next.png|link=NL/BG 12.16| BG 12.16]]</div>
{{RandomImageRU}}
{{RandomImage|Dutch}}


==== VERS 15 ====
==== VERS 15 ====
<div class="devanagari">
:यस्मान्नोद्विजते लोको लोकान्नोद्विजते च यः ।
:हर्षामर्षभयोद्वेगैर्मुक्तो यः स च मे प्रियः ॥१५॥
</div>


<div class="verse">
<div class="verse">
:''yasmān nodvijate loko, lokān nodvijate ca yaḥ''
:yasmān nodvijate loko
:''harṣāmarṣa-bhayodvegair, mukto yaḥ sa ca me priyaḥ''
:lokān nodvijate ca yaḥ
 
:harṣāmarṣa-bhayodvegair
:mukto yaḥ sa ca me priyaḥ
</div>
</div>


Line 15: Line 21:


<div class="synonyms">
<div class="synonyms">
yasmāt — van wie; na — nooit; udvijate — worden verontrust; lokaḥ — mensen; lokāt — van mensen; na — nooit; udvijate — wordt verstoord; ca — ook; yaḥ — iedereen die; harṣa — van vreugde; amarṣa — verdriet; bhaya — angst; udvegaiḥ — en ongerustheid; muktaḥ — bevrijd; yaḥ — wie; saḥ — hij; ca — en; me — Mij; priyaḥ — zeer dierbaar.
''yasmāt'' — van wie; ''na'' — nooit; ''udvijate'' — worden verontrust; ''lokaḥ'' — mensen; ''lokāt'' — van mensen; ''na'' — nooit; ''udvijate'' — wordt verstoord; ''ca'' — ook; ''yaḥ'' — iedereen die; ''harṣa'' — van vreugde; ''amarṣa'' — verdriet; ''bhaya'' — angst; ''udvegaiḥ'' — en ongerustheid; ''muktaḥ'' — bevrijd; ''yaḥ'' — wie; ''saḥ'' — hij; ''ca'' — en; ''me'' — Mij; ''priyaḥ'' — zeer dierbaar.
</div>
</div>


Line 27: Line 33:


<div class="purport">
<div class="purport">
Hier worden enkele van de eigenschappen van een toegewijde verder beschreven. Niemand wordt in moeilijkheden gebracht door zo’n toegewijde of ervaart door zijn toedoen zorgen, angst of ontevredenheid. Omdat een toegewijde vriendelijk is voor iedereen, handelt hij niet op een manier die anderen in moeilijkheden brengt. Aan de andere kant is het ook zo dat een toegewijde niet verstoord is wanneer anderen hem in moeilijkheden proberen te brengen. Door de genade van de Heer is hij zo geoefend, dat hij onverstoord blijft tijdens alle onrust om hem heen. Omdat een toegewijde werkelijk opgaat in Kṛṣṇa-bewustzijn en devotionele dienst, kunnen zulke materiële omstandigheden hem niet deren. Over het algemeen is een materialistisch persoon zeer gelukkig wanneer er iets is voor zijn zinsbevrediging en zijn lichaam, maar wanneer hij ziet dat anderen iets voor hun zinsbevrediging hebben en hij niet, dan voelt hij zich somber en is hij jaloers. Wanneer hij de wraak van een vijand verwacht, is hij angstig en wanneer hij iets niet met succes kan volbrengen, wordt hij neerslachtig. Een toegewijde, die altijd boven al deze verstoringen staat, is Kṛṣṇa zeer dierbaar.
Hier worden enkele van de eigenschappen van een toegewijde verder beschreven. Niemand wordt in moeilijkheden gebracht door zo’n toegewijde of ervaart door zijn toedo
en zorgen, angst of ontevredenheid. Omdat een toegewijde vriendelijk is voor iedereen, handelt hij niet op een manier die anderen in moeilijkheden brengt. Aan de andere kant is het ook zo dat een toegewijde niet verstoord is wanneer anderen hem in moeilijkheden proberen te brengen. Door de genade van de Heer is hij zo geoefend, dat hij onverstoord blijft tijdens alle onrust om hem heen. Omdat een toegewijde werkelijk opgaat in Kṛṣṇa-bewustzijn en devotionele dienst, kunnen zulke materiële omstandigheden hem niet deren. Over het algemeen is een materialistisch persoon zeer gelukkig wanneer er iets is voor zijn zinsbevrediging en zijn lichaam, maar wanneer hij ziet dat anderen iets voor hun zinsbevrediging hebben en hij niet, dan voelt hij zich somber en is hij jaloers. Wanneer hij de wraak van een vijand verwacht, is hij angstig en wanneer hij iets niet met succes kan volbrengen, wordt hij neerslachtig. Een toegewijde, die altijd boven al deze verstoringen staat, is Kṛṣṇa zeer dierbaar.
</div>
</div>



Latest revision as of 11:52, 28 June 2018

Śrī Śrīmad A.C. Bhaktivedanta Swami Prabhupāda


VERS 15

यस्मान्नोद्विजते लोको लोकान्नोद्विजते च यः ।
हर्षामर्षभयोद्वेगैर्मुक्तो यः स च मे प्रियः ॥१५॥
yasmān nodvijate loko
lokān nodvijate ca yaḥ
harṣāmarṣa-bhayodvegair
mukto yaḥ sa ca me priyaḥ

WOORD-VOOR-WOORD-VERTALINGEN

yasmāt — van wie; na — nooit; udvijate — worden verontrust; lokaḥ — mensen; lokāt — van mensen; na — nooit; udvijate — wordt verstoord; ca — ook; yaḥ — iedereen die; harṣa — van vreugde; amarṣa — verdriet; bhaya — angst; udvegaiḥ — en ongerustheid; muktaḥ — bevrijd; yaḥ — wie; saḥ — hij; ca — en; me — Mij; priyaḥ — zeer dierbaar.

VERTALING

Hij die niemand in moeilijkheden brengt, door niemand verstoord kan worden en evenwichtig blijft in geluk, verdriet, angst en ongerustheid, is Me zeer dierbaar.

COMMENTAAR

Hier worden enkele van de eigenschappen van een toegewijde verder beschreven. Niemand wordt in moeilijkheden gebracht door zo’n toegewijde of ervaart door zijn toedo en zorgen, angst of ontevredenheid. Omdat een toegewijde vriendelijk is voor iedereen, handelt hij niet op een manier die anderen in moeilijkheden brengt. Aan de andere kant is het ook zo dat een toegewijde niet verstoord is wanneer anderen hem in moeilijkheden proberen te brengen. Door de genade van de Heer is hij zo geoefend, dat hij onverstoord blijft tijdens alle onrust om hem heen. Omdat een toegewijde werkelijk opgaat in Kṛṣṇa-bewustzijn en devotionele dienst, kunnen zulke materiële omstandigheden hem niet deren. Over het algemeen is een materialistisch persoon zeer gelukkig wanneer er iets is voor zijn zinsbevrediging en zijn lichaam, maar wanneer hij ziet dat anderen iets voor hun zinsbevrediging hebben en hij niet, dan voelt hij zich somber en is hij jaloers. Wanneer hij de wraak van een vijand verwacht, is hij angstig en wanneer hij iets niet met succes kan volbrengen, wordt hij neerslachtig. Een toegewijde, die altijd boven al deze verstoringen staat, is Kṛṣṇa zeer dierbaar.