NL/BG 16.23

Revision as of 12:09, 28 June 2018 by Vanibot (talk | contribs) (Vanibot #0019: LinkReviser - Revised links and redirected them to the de facto address when redirect exists)
(diff) ← Older revision | Latest revision (diff) | Newer revision → (diff)
Śrī Śrīmad A.C. Bhaktivedanta Swami Prabhupāda


VERS 23

यः शास्त्रविधिमुत्सृज्य वर्तते कामकारतः ।
न स सिद्धिमवाप्नोति न सुखं न परां गतिम् ॥२३॥
yaḥ śāstra-vidhim utsṛjya
vartate kāma-kārataḥ
na sa siddhim avāpnoti
na sukhaṁ na parāṁ gatim

WOORD-VOOR-WOORD-VERTALINGEN

yaḥ — iedereen die; śāstra-vidhim — de bepalingen van de geschriften; utsṛjya — opgevend; vartate — blijft; kāma-kārataḥ — willekeurig handelend onder invloed van lust; na — nooit; saḥ — hij; siddhim — volmaaktheid; avāpnoti — bereikt; na — nooit; sukham — geluk; na — nooit; parām — het hoogste; gatim — niveau van volmaaktheid.

VERTALING

Hij die de bepalingen van de geschriften verwerpt en vanuit zijn eigen verlangens handelt, wordt niet gelukkig en bereikt noch volmaaktheid, noch de allerhoogste bestemming.

COMMENTAAR

Zoals al eerder werd beschreven, worden śāstra-vidhi of de aanwijzingen van de śāstra aan verschillende kasten en orden van de menselijke samenleving gegeven en iedereen wordt geacht deze regels en bepalingen te volgen. Wie ze niet volgt en onder invloed van zijn lust, woede en hebzucht doet wat hij zelf wil, zal in zijn leven nooit volmaaktheid bereiken. Met andere woorden, men kan deze zaken misschien theoretisch wel begrijpen, maar als men ze niet in zijn eigen leven toepast, dan moet men worden gezien als de laagste onder de mensen. In de menselijke levensvorm wordt het levend wezen verondersteld verstandig te zijn en de gegeven regels te volgen, zodat het zijn leven op het hoogste niveau kan brengen; volgt het deze regels echter niet, dan verlaagt het zich. Maar ook al volgt het de regels en bepalingen en de morele principes, als het uiteindelijk de Allerhoogste Heer niet begrijpt, dan is al zijn kennis vergeefs. En zelfs als het levend wezen het bestaan van God aanvaardt, maar geen devotionele dienst aan de Heer verricht, dan blijven zijn inspanningen zonder succes. Men moet daarom geleidelijk aan tot het niveau van Kṛṣṇa-bewustzijn en devotionele dienst komen; alleen daardoor kan men het hoogste niveau van perfectie bereiken en op geen andere manier.

Het woord ‘kāma-kārataḥ’ is heel belangrijk. Wie willens en wetens de regels breekt, handelt uit lust. Hij weet dat iets verboden is, maar toch doet hij het. Zulk gedrag wordt eigenzinnig genoemd. Ook al weet hij dat iets gedaan moet worden, toch doet hij het niet; daarom wordt hij eigenzinnig genoemd. Zulke personen zijn gedoemd om door de Allerhoogste Heer te worden verworpen. Ze kunnen niet de perfectie bereiken waarvoor het menselijk leven is bedoeld. Het menselijk leven is speciaal bedoeld om het bestaan te zuiveren, maar wie de regels en bepalingen niet volgt, kan zichzelf niet zuiveren en kan evenmin werkelijk gelukkig worden.