NL/BG 4.2

From Vanipedia
Jump to: navigation, search
Bhagavad-gītā zoals ze is - Hoofdstuk 4: Transcendentale kennis
BG 4.1 BG 4.1 - BG 4.3 BG 4.3
Śrī Śrīmad A.C. Bhaktivedanta Swami Prabhupāda


VERS 2

एवं परम्पराप्राप्तमिमं राजर्षयो विदुः ।
स कालेनेह महता योगो नष्टः परन्तप ॥२॥
evaṁ paramparā-prāptam
imaṁ rājarṣayo viduḥ
sa kāleneha mahatā
yogo naṣṭaḥ parantapa

WOORD-VOOR-WOORD-VERTALINGEN

evam — op deze manier; paramparā — door de opeenvolging van discipelen; prāptam — ontvangen; imam — deze wetenschap; rāja-ṛṣayaḥ — de heilige koningen; viduḥ — begrepen; saḥ — die kennis; kālena — in de loop der tijd; iha — in deze wereld; mahatā — groot; yogaḥ — de wetenschap over onze relatie met de Allerhoogste; naṣṭaḥ — verbroken; parantapa — o Arjuna, bedwinger van de vijand.

VERTALING

Zo werd deze allerhoogste wetenschap door de opeenvolging van discipelen ontvangen en zo begrepen de heilige vorsten haar. Maar na verloop van tijd werd de overlevering verbroken en hierdoor lijkt de wetenschap zoals ze is verloren te zijn gegaan.

COMMENTAAR

Hier wordt duidelijk gezegd dat de Gītā speciaal bedoeld was voor de heilige vorsten, omdat zij het waren die haar instructies moesten uitvoeren tijdens het regeren over de burgers. De Bhagavad-gītā was beslist niet bedoeld voor de demonische personen, die de waarde ervan in ieders nadeel zouden tenietdoen, en die naar eigen willekeur allerlei soorten interpretaties zouden verzinnen. Zodra de oorspronkelijke bedoeling werd geruïneerd door de beweegredenen van gewetenloze commentatoren, ontstond de noodzaak om de opeenvolging van discipelen te herstellen. Vijfduizend jaar geleden zag de Heer Zelf dat de opeenvolging van discipelen verbroken was en daarom verklaarde Hij dat de bedoeling van de Gītā verloren was geraakt.

Ook vandaag de dag bestaan er zoveel edities van de Gītā (vooral in het Engels), maar nagenoeg allemaal volgen ze niet de geautoriseerde opeenvolging van discipelen. Er bestaan ontelbaar veel interpretaties van verschillende wereldse geleerden, maar ze verwerpen nagenoeg allemaal de Allerhoogste Persoonlijkheid Gods, Kṛṣṇa, hoewel ze goede munt uit Zijn woorden slaan. Dit is een demonische mentaliteit; demonen geloven niet in God, maar willen alleen maar genieten van het bezit van de Allerhoogste. Aangezien er een grote behoefte bestaat aan een Engelse editie van de Gītā zoals die is overgedragen via de paramparā (opeenvolging van discipelen), wordt bij deze een poging gedaan om daarin te voorzien. Wanneer de Bhagavad-gītā wordt aanvaard zoals ze is, is ze een grote zegen voor de mensheid, maar als ze wordt gezien als een verhandeling vol filosofische speculaties, dan is de studie ervan eenvoudigweg verspilde tijd.


BG 4.1 BG 4.1 - BG 4.3 BG 4.3